Ik heb het "drinken om te copen"-verhaal nooit helemaal geloofd. Niet in die simpele vorm, tenminste. Stress duwt je richting alcohol, zegt het verhaal, alleen blijft het mechanisme meestal in het vage. Een nieuwe studie met real-time check-ins draait het deels zelfs om: op het moment zelf maakt een rotstemming de kans dat je drinkt juist kleiner. Wat die rem eraf haalt, is impulsiviteit.
Wat ze deden
Onderzoekers wierven 366 jongvolwassenen (64% vrouw). Allemaal hadden ze in de maand ervoor minstens één keer gebingedronken. Veertien dagen lang vulden ze EMA-vragenlijsten in (ecological momentary assessment): korte check-ins die meerdere keren per dag naar hun telefoon werden gestuurd, gemiddeld zo'n 5. Elke check-in legde vast hoe iemand zich op dat moment voelde, hoe impulsief, en wat er recent gedronken was.
Aan het begin vulden ze ook een langere vragenlijst over drinkgewoontes in. Op die data lieten de onderzoekers een LPA los (latent profile analysis): een methode die zelf natuurlijke groepen in de data zoekt, in plaats van mensen in vooraf bedachte hokjes te stoppen. Daarna testten multilevelmodellen hoe stemming en impulsiviteit van het moment het drinken voorspelden. Eerst over de hele steekproef, daarna per profiel.
Wat ze vonden
Er kwamen drie duidelijke profielen uit:
- Lichte bingedrinkers
- Gematigde bingedrinkers
- Zware bingedrinkers
Iedereen had in de maand ervoor gebingedronken, dus dit is variatie binnen een groep die al risico loopt. Geen doorsnee steekproef.
Licht/gematigd. In beide groepen voorspelde een negatieve stemming op dat moment een kleinere kans om te gaan drinken. Twee kanten van impulsiviteit werkten precies andersom: urgency (handelen op intense emoties) en sensation-seeking (nieuwe prikkels opzoeken) maakten de kans juist groter. Ze bleken ook mediator: ze drukten het remmende effect van die slechte stemming weg. Rotgevoel plus hoge impulsiviteit, en de rem gaat eraf.
Zwaar. Hier lag het anders. Alleen negatieve stemming bleef een significante voorspeller, nog steeds richting minder drinken. De impulsiviteitsfacetten die in de andere twee groepen het drinken aanjoegen, verloren hun significantie helemaal. Waarom, zegt de studie niet. Blijkbaar zitten de psychologische drijfveren achter zwaar bingedrinken anders in elkaar, en werken dezelfde hendels er gewoon niet.
Wat het betekent
Dat stress op het moment zelf minder drinken oplevert, is eigenlijk minder gek dan het klinkt. Een rotstemming remt van alles af. Er zit energie in een drankje gaan halen, zeker als je al leeg bent. En laat urgency en sensation-seeking nou net die energie leveren: emotionele lading, en iets om die op te richten. Samen duwen ze door wat de stemming tegenhield.
De opsplitsing in profielen vind ik het interessantere deel. Bij lichte en gematigde bingedrinkers is impulsiviteit de belangrijkste hendel, en impulsiviteit schuift. Je bent impulsiever als je moe bent, opgejaagd, of in bepaald gezelschap. De auteurs noemen just-in-time adaptive interventions: hulp precies op het moment dat iemand risico loopt. Bij deze groep past dat. Bij zware bingedrinkers verschilt de dynamiek zo veel dat diezelfde aanpak waarschijnlijk niks doet. Voor hen stellen de auteurs motivational interviewing en CBT (cognitieve gedragstherapie) voor, wat logisch is als de patronen vaster zitten.
Eén kanttekening, en geen kleine: iedereen in deze studie had de afgelopen maand gebingedronken. Voor lichtere drinkers die niet bingen gelden deze mechanismen niet per se.
Jouw drinken heeft zijn eigen ritme, niet het gemiddelde uit een studie. Nuchterheid is niet het doel. Jouw ritme wel.
Bron: Alcohol, Clinical & Experimental Research, DOI



